|
Na een beschadiging van de hersenen, bijvoorbeeld
een beroerte of trauma, kunnen vele stoornissen ontstaan. Bekend
is de verlamming (parese): een geheel of gedeeltelijk krachtsverlies
van arm en/of been (meestal aan een zijde, vandaar hemiparese).
Zo ook kan de helft van het gezichtsveld uitvallen (hemi-anopsie)
of het gevoel van huid of voor bewegingen (anesthesie).
Bovengenoemde stoornissen betreffen de zgn. primaire funkties: bewegen,
zien, voelen etc.
Bij de revalidatie na hersenbeschadiging ligt traditioneel vaak
een sterk accent op de hemiparese: vele oefeningen zijn gericht
op het herstel van het bewegen.
Toch zijn er bijna altijd andere stoornissen, nl. van de "hogere"
of neuropsychologische funkties.
De bekendste hiervan is de afasie: problemen met taalgebruik en/of
begrip.
Er zijn echter vele andere neuropsychologische funktiestoornissen!
Deze worden lang niet altijd goed herkend, bijvoorbeeld stoornissen
van:
- aandacht: kunnen volhouden of verdelen van aandacht
en concentratie.
Na een beroerte komt vaak het symptoom neglect voor: verminderde
aandacht voor een zijde van lichaam of ruimte. - lezen of schrijven (alexie, agrafie)
- geheugen: belevenissen of afspraken vergeten
(amnesie)
- herkenning: wel zien, maar niet herkennen of
begrijpen (visuele agnosie, bijv. gezichten, voorwerpen), wel
horen, maar niet kunnen thuisbrengen wat je hoort (auditieve agnosie,
bijv. alledaagse geluiden), wel voelen, maar niet op de tast herkennen
(tactiele agnosie, bijv. aansteker in tasje)
- handelen: een soort "onhandigheid"
bij intacte spierkracht en bewegingsmogelijkheid (apraxie, bijv.
bij het zich aankleden)
- organisatie en planning: moeite met het "regelen"
van alledaagse dingen, bijv. systematiek van het huishouden, voorbereiding
van een reis.
- gedrag: het gedrag kan op allerlei manieren veranderen
na hersenbeschadiging. Gedrag kan versterkt of ontremd zijn, bijv.
opvliegendheid, huilbuien, vraatzucht, of juist vervlakt, bijv.
apathie, sufheid, initiatiefloosheid. Het beschadigde brein is
een "ander brein" geworden. Het netto effect hiervan
is dat de persoonlijkheid veranderd is ("Jaap is Jaap niet
meer"). Met nadruk moet echter gesteld worden dat de gedragsveranderingen
zeer wisselend en moeilijk voorspelbaar zijn: er zijn wel degelijk
mensen die na de hersenbeschadiging "dezelfde" blijven!
|
|
Enkele voorbeelden:
- wat heb je aan "kunnen lopen" wanneer
je niet weet waarheen, of wanneer je voortdurend verdwaalt ? (ruimtelijke
stoornissen)
- wat heb je aan "kunnen spreken" wanneer
je gedachten verward zijn en niemand je begrijpt? (Wernicke-afasie)
- de patiënt is wakker en alert, maar kan niets
inprenten of onthouden (amnesie)
- de patiënt is weer terug in zijn gezin, maar
er ontstaan grote problemen omdat gedrag en persoonlijkheid veranderd
zijn (frontaalsyndroom)
- de kracht in de armen is weer hersteld, maar
de patiënt heeft grote moeite met alledaagse routine-handelingen
(deur op slot doen, fles openen)
- ogen en gezichtsvelden zijn (weer) goed, maar
er treden voortdurend kleine ongelukjes op (neglect)
|
|
Inzicht in deze stoornissen is van groot belang
voor allen die in de revalidatie werkzaam zijn: artsen, psychologen,
fysio-, logo-, ergotherapeuten, verpleging (en nog vele meer!).
Alleen dan kan een adequate therapie/training/begeleiding ontworpen
worden. Zoniet, dan ontstaat een situatie waarbij de patiënt vooral
motorisch getraind wordt (bijv. lopen, transfers), naar huis wordt
ontslagen ("uitgerevalideerd"), waar vervolgens grote
problemen ontstaan (verdwalen, ruzie, rommel etc.)
De klinische neuropsychologie is het vakgebied dat deze stoornissen
bestudeert.
Voor meer informatie kan worden verwezen naar:
Dr. Ben van Cranenburgh: Neuropsychologie, over de gevolgen van
hersenbeschadiging. Elsevier, 2000 (ISBN 90 352 1715 2)
Cursussen op het gebied van de neuropsychologie
worden jaarlijks georganiseerd door de stichting ITON: Instituut
voor toegepaste neurowetenschappen, Leliestraat 7C, 2011 BL Haarlem.
Tel. 023 - 5341641 E-mail: iton@wanadoo.nl
|